De afgelopen weken is de beerput over misstanden in de turnsport open gegaan. Waarschijnlijk is deze sport niet de enige die kampt met problemen rondom mishandeling en grensoverschrijdend gedrag. Het zou mij niet verbazen als in de komende tijd ook uit andere takken van sport meer van dit soort verhalen komen.

En ik houd mijn hart vast. Zullen de sportbonden, net als elders in de samenleving, in alle valkuilen trappen die samenhangen met mishandeling en geweld in de relationele sfeer? Want daar hebben we het over. Over geweld binnen een relatie. In dit geval tussen de sporter en de coach/begeleider.
Of zijn de sportbonden wél in staat om alle ongemakkelijke gesprekken te voeren? Waarbij vragen over grenzen, wie is wanneer verantwoordelijk en wat doet de druk vanuit de samenleving op de topsport, beantwoord moeten worden?

Grenzen

Ik heb geen verstand van (top)sport, maar wat ik wel begrijp is dat het bij het verbeteren van sportprestaties altijd gaat over het oprekken van grenzen.
Dat gaat gepaard met pijn en vraagt veel doorzettingsvermogen. En dus ook dat de sporter over de eigen grenzen heen gaat.
Dit gegeven maakt dat in de (top)sport de grenzen anders liggen dan in andere onderdelen van onze maatschappij en dus zal er nog uitgebreider gesproken moeten worden over wáár de grenzen liggen.

De stappen die nu gezet worden door de KNGU zijn nodig om direct een einde te maken aan de mishandelingen die nu plaatsvinden en om de slachtoffers van nu en uit het verleden erkenning te geven. Om een cultuuromslag te bewerkstelligen zal er vooral veel tijd geïnvesteerd moeten worden in ongemakkelijke gesprekken.

Is het probleem wel duidelijk?

In de verhalen die nu naar buiten komen lijkt het probleem duidelijk. Maar is dat ook zo? Want is er hier sprake van mishandeling? Of van grensoverschrijdend gedrag? En waar komt dit gedrag vandaan? Komt het voort uit ambitie? En van wie is die ambitie? Van de sporter, van de coach, de club? In hoeverre speelt de druk vanuit de samenleving om te presteren een rol?
De vraag is dus of het probleem wel zo duidelijk is. Ik denk het niet. Om een probleem ‘op te lossen’ is een heel zorgvuldige en precieze omschrijving noodzakelijk.

En dus zullen eerst de begrippen ‘mishandeling’ en ‘grensoverschrijdend gedrag’ inhoud moeten krijgen. Daarover moeten alle betrokkenen met elkaar in gesprek. De sporters (ook de hele jonge), ouders, coaches/begeleiders en bestuurders van de clubs en bonden.
Dit gesprek wordt in onze hele maatschappij vrijwel niet gevoerd. Maar het is een zeer essentieel gesprek. Want hoe herken je mishandeling en grensoverschrijdend gedrag als je niet precies weet wat die begrippen inhouden?

Hoe concreter, hoe beter

Dat inhoud geven moet zo specifiek mogelijk gebeuren. In de gedragscode voor trainers/coaches en begeleiders op de website van Centrum Veilige Sport Nederland staat bijvoorbeeld:
“Gebruik de positie niet om op onredelijke of ongepaste wijze macht uit te oefenen. Onthoud je van elke vorm van (machts-)misbruik, emotioneel misbruik, fysiek grensoverschrijdend gedrag, waaronder seksueel getinte opmerkingen, en aanrakingen en seksueel misbruik.”

Wat houdt dat concreet in? Mag een coach een sporter pushen om over eigen grenzen te gaan zodat de prestaties verbeteren? Zo ja, op welke manier is dat dan geoorloofd? Is de pijn die hierbij wellicht hoort wel geoorloofd, maar aansporen door middel van schreeuwen niet? En wie bepaalt dat?
Hoe wordt dit gecontroleerd en gehandhaafd? Wat zijn de consequenties als een coach wél over de schreef gaat?

En kunnen we van met name de heel jonge sporters verwachten dat zij in staat zijn om eventueel grensoverschrijdend gedrag of mishandeling aan de kaak te stellen? Vooral omdat de verantwoordelijkheid voor dit gedrag vaak bij de sporter wordt neergelegd. ‘Als jij beter je best zou doen, dan hoef ik niet…’

En het ‘lastige’ bij dit alles: elk mens, dus ook elke sporter, is anders. Wat voor de één oké is, is voor de ander grensoverschrijdend.

De maatregelen van de KNGU zijn stappen in de goede richting. Maar voor een werkelijke cultuuromslag zijn veel gesprekken op alle niveaus nodig.
Het begrip ‘Veilige Sport’ mag geen lege huls blijven. Niet bij de KNGU en ook niet bij andere takken van sport en sportbonden.