Fysiek contact, aangeraakt worden behoort tot één van onze basisbehoeften. Uit tal van onderzoeken blijkt dat aangeraakt worden ons geluksgevoel verhoogt en stress vermindert.
Wie kent het niet, bij groot verdriet of pijn het verlangen naar twee armen om je heen. Het verlangen naar fysieke troost. Hoe heerlijk is het wanneer iemand even een hand op je arm legt, je letterlijk een aai over je bol geeft of je gewoon even vasthoudt.

Wat ik bijzonder zorgelijk vind in deze tijd van social distance en beperkt fysiek contact is dat kinderen die mishandeld worden nu niet de mogelijkheid hebben om positieve ervaringen met aanraken op te doen.

Aanraken en mishandeling.

Voor kinderen die mishandeld worden is aanraken heel anders, voor hen betekent aanraken vaak pijn of dat de aanraking grensoverschrijdend is. Voor hen is een aanraking vaak beangstigend.
Ik was zelf zo’n kind. De aanrakingen door mijn moeder waren minimaal, ik kan me niet herinneren dat zij mij knuffelde of op schoot nam. Haar aanrakingen waren functioneel en ook dan hardhandig. Niet dat ze sloeg, maar ze was gewoon niet in staat tot zachtheid in het fysieke contact.
Van mijn vader kan ik me nog wel liefdevolle ‘gezonde’ aanrakingen herinneren. Tot het moment waarop hij begon mij seksueel te misbruiken. Vanaf toen maakten zijn aanrakingen mij bang, raakte ik ervan in de war en wilde ik niet meer door hem aangeraakt worden..
En bovendien werden de herinneringen aan de goede aanrakingen ook besmet door het misbruik.

Positieve aanrakingen

Aanraken werd dus steeds meer beladen en werd ook steeds meer iets wat ik probeerde te ontwijken. Behalve bij mijn oom Dik en tante Ger. Bij hen voelde ik me veilig, kon ik, zover ik daar toe in staat was, voelen dat ze van me hielden, kon ik kind zijn én durfde ik me te laten aanraken.
De knuffels van oom Dik, als hij zijn armen om me heen sloeg en me gewoon even vasthield. Dán voelde ik me veilig, geborgen, geliefd en koesterde ik me in de warmte van zijn armen.

Met name die knuffels hebben er voor gezorgd dat ik, toen ik eenmaal volwassen was en in therapie ging, weer heb geleerd dat aanraken prettig is, fijn is, dat het iets is om van te genieten, dat het voeding geeft.
Daar heb ik hard voor moeten werken, maar omdat ik de herinneringen aan die liefdevolle knuffels had kon ik die  als het ware, tegenover alle negatieve aanrakingen te zetten. En met behulp van heel goede therapeuten heb ik geleerd om die positieve ervaringen meer ‘gewicht’ te geven en tot mijn nieuwe referentie te maken. En daarmee leerde ik opnieuw om aangeraakt te worden.

Aanraken in corona tijd.

Voor kinderen die nu mishandeld worden is het nog ingewikkelder om te ervaren dat aanraken ook fijn kan zijn. Met de corona maatregelen is de nieuwe norm dat we elkaar alleen  aanraken wanneer we ‘tot hetzelfde huishouden’ behoren. Dus een hand op je arm van de juf of meester, een aai over je bol van de pedagogisch medewerker, een knuffel van je opa of oma, dat wordt nu niet of nauwelijks gedaan.
Positieve ervaringen met aanraken worden daardoor bijna niet opgedaan en daarmee wordt het ook moeilijker om (later) weer te leren dat aanraken wel fijn is.

Ik pleit ervoor dat we met wijsheid en compassie met alle maatregelen omtrent corona omgaan. Zodat we ook de kinderen die nu mishandeld worden de kans geven om andere ervaringen op te doen waarmee ze een betere kans maken op herstel.